NIEUWS.


* 24-02-2005.
Een televisieprogramma is opgenomen over baby. s die excessief huilen gedurende meerdere maanden. Hieraan werkten drie echtparen mee, evenals enkele deskundigen, waaronder ik voor de research voor de programma inhoud. Het is een uitzending van de EO: Na de diagnose. Tijdens de uitzending gaat het om het dilemma: is er iets met mijn baby of ligt het aan mezelf? Zie verderop hieronder.

* 10 april 2005.
Op 10 april 2005 wordt er een Meerlingendag gehouden te Hoevelaken. Deze dag is vooral bedoeld voor ouders van meerlingen. Op deze dag zal ik aanwezig zijn bij een informatiestand en tevens zal ik een lezing geven over . huilbaby. s. .  
 

* Op maandag 7 maart 2005 werd ik geinterviewd tijdens de uitzending van RTL4, lijn 4.     (www.lijn4.nl)

Bij Ouders Online (www.ouders.nl) staan opmerkingen betreffende TV en radio uitzendingen over huilbaby's. Ook hier vinden ze bijdragen van bepaalde personen kort door de bocht, ofwel eenzijdig. Ook ik ben van mening, dat men geen algemene oorzaken mag noemen betreffende huilbaby's, zoals spanning binnen het gezin. (zoals o.a. bij de radio Dubbel O, uitspraken van Kikki Mulder en tijdens de uitzending van de VARA en het artikel in Trouw). Dit levert generaliserende vooroordelen op, die open, objectieve en juiste diagnostiek in de weg staan. Een bijkomend nadeel is, dat het averechts werkt. Ouders komen door vooroordelen en beschuldigingen in een isolement terecht. Ouders zullen door vooroordelen de problemen rondom huilbaby's nog minder snel bespreken. Tevens leveren vooroordelen ouders schuldgevoelens op. Door dit alles ontstaat bij ouders nog meer spanning en stress, wat hun draagkracht niet ten goede komt. Ouders zullen daardoor hun situatie nog minder goed aankunnen, met alle gevolgen van dien voor ouder en kind!!! Kortom: ieder die in de pers algemene en eenzijdige oorzaken voor huilbaby's noemt draagt niet bij tot een betere hulpverlening aan huilbaby's. In werkelijkheid is de ontwikkeling van een kind complex en hangt meestal af van meerdere bedreigende en beschermende factoren in onderlinge wisselwerking. Stress door reacties van mensen uit de omgeving of door uitlatingen in de media zijn daar onderdeel van!

Op dinsdag 1 maart 2005 op TV om 19.20 uur bij B&W van de VARA, een uitzending over huilbaby's n.a.v. het krantenbericht in Trouw vanmorgen: Vaak is er geen medische oorzaak van het huilen van een huilbaby, maar zijn spanningen binnen het gezin de oorzaak. Deze stelling vind ik ongenuanceerd en zal averechts werken! Ouders zullen door zo'n stelling nog meer stress ervaren en mogelijk onterecht het nog moeilijker vinden om problemen met een huilbaby bespreekbaar te maken. In de praktijk zijn spanningen binnen het gezin vaak een gevolg van de intensieve zorg voor een huilbaby. En hulp kan mede daarop gericht zijn in de vorm van steun en begrip en het bieden van hulp op maat.

Voor deze uitzending ben ik uitgenodigd. Ik zal mijn visie verdedigen en die is: ik denk, dat spanning en stress binnen het gezin het gevolg (en niet de oorzaak) kan zijn van een huilbaby (zeker op moment van ziekenhuisopname). Dit kan voorkomen worden, indien de hulpverlening ouders eerder serieus neemt en beter signaleert of er problemen zijn. Tijdige hulp en steun kan volgens mij ziekenhuisopname voorkomen! 

Onderin het betreffende krantenbericht (van de uitzending van B&W bij de VARA) staan wel meerdere oorzaken genoemd: bij 3/4 van de 88 onderzochte baby's bleken complicaties tijdens de zwangerschap en bevalling een rol te spelen (of relatieproblemen of andere gezinsproblemen). 

Na de TV uitzending gaf de kinderarts Paul Brand wel aan, dat er meerdere lichamelijke oorzaken kunnen zijn, zoals een liesbreuk, handicaps, spruw en eczeem en reflux, e.d.  Hij bedoelde eigenlijk, dat alle ouders van huilbaby's (ongeacht de oorzaken voor het huilen) in een negatieve ontwikkelingsspiraal komen door uitputting en machteloosheid en dat die ouders hulp nodig hebben.  Dus dat betekent toch: spanning als gevolg van de problemen rondom een huilbaby.

Maandag 28-2-05 tussen 17.00 en 18.00 uur was er een TV uitzending van Teleac/NOT over (huil)baby's, op Ned.2.Voor info zie: www.bijonsthuis.nl.

Op donderdag 24-2-05  was er een TV uitzending op Ned. 1 om 22.25 uur: EO,  Na de diagnose:  'huilbaby's. De uitzending is te bestellen op video bij de EO. Zie voor meer informatie over de uitzending en voor reacties: www.eo.nl .

Zie ook bij de betreffende ervaring nr.3 op deze site: het meisje dat is ingebakerd, wat niet voldoende hielp. Oorzaak voor het huilen was: reflux en een ontstoken slokdarm. Verklaring voor de driftbuien op latere leeftijd is volgens mij: een hechtingsstoornis als gevolg van een niet tijdig gestelde juiste diagnose. Inbakeren werkte als symptoombestrijding van het huilen i.p.v. het opsporen van de oorzaak van het huilen. Bij inbakeren laten huilen kan op die manier ongunstig zijn voor de interactie tussen ouder en kind! Dit is dan niet de schuld van de ouder!

De verklaring voor het gedrag van het meisje tijdens de TV uitzending is te algemeen en onvolledig.

Rust en regelmaat en structuur bieden werken niet afdoende indien een baby pijn heeft en er een andere oorzaak voor het huilen is, dan prikkelbaar temperament van de baby. Rust en regelmaat en structuur is wel altijd goed als basis voor de verzorging en opvoeding!

 

Inbakeren.

Bij inbakeren is het belangrijk bewust te zijn van het grotere risico op wiegendood of heupdisplasie. Reden genoeg, om kinderen, die zich op de buik kunnen rollen niet meer in te bakeren. Ik pleit voor een juiste diagnose van de oorzaak van het huilen voordat een kind eventueel ingebakerd wordt! Dit om te voorkomen, dat men niet de oorzaak van het huilen opspoort, maar dat inbakeren symptoom bestrijding wordt (van het huilen). Er zijn kinderen bekend, waarbij inbakeren niet hielp en men pas na vele maanden de reden daarvan ontdekte: een medische oorzaak! Indien men kinderen inbakert, dient men het inbakeren vervolgens zo snel mogelijk weer af te bouwen.

Een alternatief voor inbakeren is de bakerzak (zie link), waarbij de heupen en benen veel meer bewegingsvrijheid hebben. Daardoor zal er al minder risico zijn voor heupdisplasie.

Momenteel doet het WKZ te Utrecht onderzoek naar inbakeren van gezonde baby's zonder medische indicatie! Dus ook geen baby's die in de couveuse lagen! De onderzoeksgroep is beperkt: ongeveer 200 baby's n.a.v. een oproep in plaats van ad random aselecte samenstelling van de onderzoeksgroep. Het is de vraag in hoeverre dergelijke onderzoeksresultaten significant zijn.

Er is geen onderzoek gedaan naar de gevolgen op lange termijn voor de ontwikkeling van het kind naar aanleiding van inbakeren. Het is de vraag welk effect inbakeren heeft op de veilige hechting van kinderen met hun ouder/verzorger. Die veilige hechting is van belang voor de verdere ontwikkeling van het kind.